Bakken en braden doe je in een bakpan of in de oven op een temperatuur tussen 180 en 230°C. Wanneer de vetstof en/of de pan heet genoeg zijn, worden de stukken vlees, vis, groenten,... er in hun geheel of in stukken versneden ingelegd, gebakken en gebraden tot ze gaar genoeg zijn. Grotere stukken bak je best in de teppanyaki, op meerdere vuren van het fornuis of in de oven.
Olie, boter of vetvrij?
Als je voor gezond kiest, is olijfolie als plantaardige vetstof de beste keuze. Toch zijn er producten die je best bakt in boter, het liefst een goede hoeveboter, omdat ze bijdraagt tot een lekkere smaak. Denk hierbij aan fijne vlees- of vissoorten, wild of gevogelte. Wil je toch graag olijfolie gebruiken, kies dan voor een combinatie van boter en olijfolie. De juiste soort vet of olie is een belangrijke keuze: gebruik alleen soorten die verhit kunnen worden zonder dat ze gaan ‘walmen’ (vb. zonnebloemolie, druivenpitolie, arachideolie, geraffineerde olijfolie, reuzel,...).
Voor extra gezond bakken, kan je met een Demeyere pan ook bakken zonder olie of boter. Voor het bakken zonder vetstof raden wij de Demeyere Proline bakpannen/koekenpannen aan.
Tip: laat een lege pan nooit té lang op het vuur staan. Om veilig én gezond te bakken is het absoluut noodzakelijk dat de temperatuur van de pan nooit hoger is dan 250°C. De ideale baktemperatuur is tussen 180 en 230°C. Boven de 250°C ‘carboniseert’ (=verkolen) voedsel waardoor het niet langer voor consumptie geschikt is.
Bakken met vet
1. Doe olie, boter of margarine in de pan en zet het kookvuur op een hoge instelling.
2. Voordat de boter bruin wordt of de olie begint te roken verminder je de intensiteit van het vuur met 30 tot 50%, afhankelijk van het type fornuis en het vermogen.
3. Wacht een tiental seconden en leg het voedsel in de pan.
4. Laat het voedsel goed dichtschroeien en draai het vervolgens om.
Bakken zonder vet
1. Verwarm de pan op een hoge intensiteit. Doe van in het begin de druppeltest om te zien of de pan de juiste temperatuur heeft bereikt. Bij de meeste inductiefornuizen (vaak na 30 seconden) zal dit aanzienlijk sneller gaan dan bij gas- of elektrofornuizen (na 1 tot 2 minuten).
2. Druppeltest: laat een paar druppeltjes water in de pan vallen. Wanneer deze onmiddellijk bolletjes vormen die rondspringen in de pan is de juiste baktemperatuur bereikt. Belangrijk hierbij is dat het eerste druppeltje dat neervalt een kogeltje moet vormen dat rondspringt in de pan. Hoor je alleen maar een sissen van het water, dan is de temperatuur alvast boven de 100°C, maar nog niet de noodzakelijke 180 à 230°C. Wanneer de juiste temperatuur is bereikt, verminder je de intensiteit van het vuur met 30 à 50%, afhankelijk van het type fornuis en het vermogen.
3. Plaats nu het te bakken product in de pan en duw het aan. Je zal zien dat het zich eerst zal vasthechten op de bodem van de pan. Weersta de verleiding om te ‘frikken’ in de pan (want hiermee beschadig je het product) en je zal zien dat het product na enkele minuten vanzelf loslaat.
4. Keer het product op de andere zijde en herhaal het proces. Het resultaat is een perfect gebakken stukje vlees of vis. De ‘cuisson’ bepaal je zelf. Voor iets meer doorbakken vlees, gelieve de pan van het fornuis te nemen en af te dekken met een deksel. Dankzij de unieke bodem van de pan zal het voedsel verder bakken. Gelieve de pan op een isolerende onderzetter te plaatsen en na 10 tot 15 minuten, naargelang uw persoonlijke smaak, is het stukje vlees klaar om te serveren met nog heel wat natuurlijke saus erbij.












Frisse oliebollen!
Tijdens de maand november wordt extra aandacht besteed aan hét pannenmerk 



